maandag 16 januari 2012

Organisaties herontdekken met vallen en opstaan de kerk

In september wil een aantal organisaties een grootscheepse evangelisatie actie starten. Centraal erin staat de grootschalige verspreiding van de glossy MEER. De actie is gericht op "spirituele zoekers," volgens sommige cijfers vallen 4 miljoen Nederlanders in die categorie. Er is volop discussie op het Internet (weblog Jos Douma, weblog http://www.johvandenakker.nl/2012/01/meer-magazine-glossy-evangelisatie/, weblog Nico Dirk van Loo), of dit nog kan: massale verspreiding van een blad. Een van de kritische argumenten is deze (een quote van de weblog van Jos, die begint met een andere quote):
"Het slagen van #meer is mede afhankelijk van een groot draagvlak in christelijk nl. Een #ja zou daar wellicht iets beter aan bijdragen:-)." Christelijk Nederland wordt dus een beetje verplicht om mee te doen;-( Een #nee draagt daar inderdaad niet aan bij, maar die ruimte moet er toch zijn? Of is elke lokale kerk moreel verplicht om mee te doen?
Ik wil op dit laatste argument wat reflectie bieden. Want ik zie ook een positieve trend. Waar vroeger allerlei organisaties steeds meer kernactiviteiten van de kerk overnamen - evangelisatie, diakonaat, gemeenteopbouw, internationale relaties - zie je, dat diezelfde organisaties nu het belang van lokale kerken weer herontdekken. 

Die organisaties namen die activiteiten trouwens vaak over, omdat kerken ze lieten liggen. Of, omdat mensen die zich tot die activiteiten geroepen wisten, wilden professionaliseren. Maar hoe dan ook, er ontstond een afstand tussen organisaties als Agapè, TEAR, Operatie Mobilisatie, Woord en Daad, Youth for Christ enerzijds en de lokale kerken anderzijds. 

En nu herontdekken velen van die organisaties de kracht van de lokale gemeenschap opnieuw. En ze willen daarin investeren met hun expertise en met hun passie. En lokale gemeenschappen herontdekken hun kernverantwoordelijkheden ook opnieuw. Diakonaat is niet iets wat je uitbesteedt aan een professionele organisatie, diakonaat is kern van de christelijke gemeenschap. En net zo voor evangelisatie, gemeenteopbouw, pastoraat, enzovoorts. Kortom, de herontdekking van integral mission, de herontdekking van wat Newbigin al tientallen jaren geleden formuleerde: "the local community is the hermeneutic of the gospel." 

En ja, die herontdekking gaat met vallen en opstaan, met strubbelingen gepaard. Dat zien we nu gebeuren. Maar al met al gaat ze winst opleveren.

Zie je deze trend ook? Hoe waardeer je die trend?

Hangtijd: over Jezus volgen en vliegers

Gisteren had ik mijn maandelijkse "moment of glory." Om vijf over drie - vijf minuten te laat dus - kom ik bij ons gebouw aan en daar staan ongeveer tien mensen op mij te wachten totdat ik de deur opendoe. Ik ben belangrijk! Of ging het toch om de sleutel?

Tussen drie en half zes of zes uur hebben we met elkaar koffie gedronken, gepraat, gezongen, spelletje gespeeld, bijbel gelezen en gebeden. Maar vat ik alles in een woord samen, dan is het dit: hangen. Drie uur rondhangen met mensen. En dat probeer ik ook op andere momenten te doen. Tijdens onze maandelijkse open maaltijd: van drie tot negen rondhangen in ons kerkgebouw - samen inkopen doen, meehelpen met koken, bakkie doen, samen wat tafels en stoelen sjouwen, mensen verwelkomen, bijbellezen, bidden, eten, kletsen, doorvragen. Nu ja, in één woord: hangen.

En dan denk ik: ik heb toch het mooiste beroep van de wereld, want wat is er nu mooier dan te hangen met mensen? Tijd doorbrengen - geen agenda, geen voorgeschreven doelen. Volgens Graham Tomlin ontwikkelde Jezus trouw, medeleven en geduld in het leven van zijn leerlingen door kameraadschap, gastvrijheid, maaltijden en ook door samen tijd te verspillen. Hangtijd is dus belangrijk. Hangtijd met "gospel intentionality," of, zoals iemand anders het zei: "loitering with intent" - "doelbewust rondlummelen." Hangen kun je overal; bij het eten, in het winkelcentrum, op het strand, samen voor de televisie, een spelletje, gewoon in de Hema aan het ontbijt. Tijd schenken aan de ander en aan jezelf. Tijd die je op jouw beurt al cadeau hebt gekregen.

Tegelijkertijd heb ik ook soms weken zonder hangtijd. Want agenda's en activiteiten zijn mij nog veel te vaak de baas. Maar meer en meer ontdek ik: hangtijd is cruciaal. Het is net als met vliegeren - wanneer je hangt, gebeurt het. Hoe meer hangtijd, hoe meer tijd om tricks te oefenen en te doen. Hoe meer je anderen bijzondere dingen ziet doen, ziet groeien - een eerste gebed uitspreken, delen in het eigen leven, hoop vatten.

Voor wie denkt dat hangen mijn eerste natuur is. Nee, dat is het zeker niet. Ik ben van nature helemaal niet zo'n goede hanger. Niet met mensen en niet met vliegers. Ik ben eerder individualist en sociaal zijn er veel vaardiger mensen. En met 43 jaar ben ik op het strand voorzichtig om mijn vlieger keihard in te sturen - ik heb net teveel besef van mijn eigen breekbaarheid en de hardheid van het strand. Kijk, hangtijd en vliegeren is mijn keuze. Maar, ik denk, dat hangtijd voor volgelingen van Jezus geen optie is, maar een ingrediënt van hun gewone leven hoort te zijn.

Hoeveel hangtijd heb jij?

vrijdag 16 december 2011

Hoe krijg ik meer tijd om mijn leven met anderen te delen

In het veranderingsproces naar missional communities of huiskringen, komt zonder twijfel deze opmerking: "Ik heb het al druk. Ik heb weinig tijd." Vertel, dat dat het goed is om elkaars leven te delen, en dit is een van de reacties. Terecht, veel mensen hebben het druk, hebben volle agenda's. En je leven delen met anderen kost tijd, die dus niet over is.

Een van de dieperliggende oorzaken van deze reactie is volgens mij, dat "je leven delen" voor veel christenen - populair gezegd - een paradigmawisseling is. We zijn zo gewend aan activiteiten, we zijn zo geconditioneerd om individuele keuzes te maken, dat we niet meer kunnen zien, wat voor andere mensen en in andere culturen zo voor de hand ligt. Kerk staat in onze cultuur voor activiteiten met een eenduidig label. Dus kerkdienst, bijbelkring, evangelisatie-activiteit, Alpha-cursus, bidstond, kerkenraadsvergadering, enzovoorts. Dus wanneer we horen, dat het goed is om ons leven meer met elkaar te delen, denken we in een Pavlov-reactie, dat we aan dit rijtje weer nieuwe activiteiten moeten toevoegen. En daarvoor is geen tijd. En zo kan de vraag om je leven meer te delen, ervaren worden als een nieuw moeten. En dat roept alleen maar weerstand op.

Maar, echt helpen doet deze observatie in de praktijk niet. Hoe kunnen we in dat nieuwe paradigma stappen? Ik denk, door het beginnen te doen. Acting your way in new thinking.

Hier wat vertrekpunten, concrete eerste stappen die je kunt zetten, zonder je leven op de kop te moeten zetten:
  • Eten doe je toch al, waarom doe je het niet samen? Dank God voor zijn zegen en lees een stukje uit de bijbel.
  • Die voetbalwedstrijd uit de Champions League of die uitzending van The Voice of Holland bekeek je toch al, waarom kijk je niet samen? En, stap 2: waarom nodig je er geen vrienden bij uit die niet gelovig zijn?
  • Die sportavond had je toch al, waarom doe je dat niet samen?
  • Gebruik de fiets of ga lopen in plaats van de auto te gebruiken. Je komt vaak iemand tegen en een praatje is snel gemaakt.
  • Zoek de publieke ruimte op. Vergader niet in achterafzaaltjes van je kerkgebouw, maar spreek af in een lunchroom, of in de eetruimte van de Hema. Ruim netjes op en wordt stamgast. Maak een praatje met de bediening.
Eerste observaties: dit zijn allemaal onderdelen van het gewone leven en activiteiten zonder het label kerk.

Wat hier boven staat, is deel van mijn eigen zoektocht. Ik ben dus niet gearriveerd. Ik zit samen met anderen halverwege de paradigmawisseling. Gisteren hadden we een avond voor nieuwe kringen, en natuurlijk kwam deze vraag naar boven. En het was bijzonder om na te praten met een goede vriend die zei: "Vorig jaar was ik op bezoek bij Steve Timmis in Sheffield. En ik had precies dezelfde vraag. Nu niet meer. Het is veranderd. Ik heb gewoon tijd, elke week en ook nog vaker om anderen te zien en mijn leven te delen."

P.S. leuk achtergrondmateriaal:
  • Een business blog voor kleine ondernemers over acting your way into, maar dan vanuit een volledig andere vraagstelling.
  • Een citaat: “People are much more likely to act their way into a new way of thinking, than think their way into a new way of acting.”
  • Nog wat voorstellen van Tim Chester.
De belangrijke vraag van Hirsch en Ferguson en van mij en vele anderen blijft wel: So: how do I get my people to act their way into a new way of believing and behaving regarding the mission of Jesus? Wat zijn jouw suggesties?

donderdag 15 december 2011

Hoe scoort Google jullie kerst?

Via google gezocht op maassluis en kerst, levert het volgende plaatje op:

Hoe hoog scoort jouw kerk met kerst?


Je kunt natuurlijk ook zoeken op kerstfeest, of kerk toevoegen. Zoek eens op Rotterdam en kerst. Waar vind je de eerste kerstdienst? En bij Amsterdam en kerst?

NB ik gebruik googlesharing voor anonimiseren van de zoekresultaten. Dat geeft dat een objectiever beeld - omdat Google niet weet, dat ik de zoekopdracht doe, en de zoekresultaten dus niet op mij toesnijdt. Bovendien vermindert het een klein beetje de hoeveelheid info die Google inmiddels over mij heeft verzamelt.

maandag 5 december 2011

Kerkelijke uitspraak van het jaar

We zijn de laatste maand van 2011 ingegaan. Sinterklaas, Kerst en dan Oudjaar. Tijd om de balans op te maken, lijstjes te maken, terug te blikken. Voor mij is dit de nummer één kerkelijke uitspraak van het jaar:
Ik wil een kerk die mij ascese leert
James Kennedy
James deed deze uitspraak op een symposium van de NGK Haarlem over de toekomst van de kerk in de stad. Deze uitspraak  zingt nog steeds na in mijn hoofd.

James zoekt een kerk die hem leert eenvoudig te leven; eenvoudig, ongedeeld, sober. Een kerk die hem leert te geloven midden in de praktijk van het gewone leven. Welke rituelen en welke praktijken horen daarbij? Nog concreter: hoe moet je bidden? hoe bijbellezen? hoe je leven delen? hoe gul zijn? hoe gastvrij? hoe kom je tot een alledaagse spiritualiteit, om het weer wat verhevener te zeggen. Het gaat dus niet om een grootscheepse, maar om een radicale vernieuwing.

Herken je de vraag van James? 

Dit zet voor mij de agenda. Want, ik zie allerlei aanwijzingen, dat de vraag van James het programma moet zijn waar de kerk zich in 2012 en verder op moet richten. Waarom?
  • James vraagt om de kerk die Jezus voor ogen had. In Matteus 28 geeft Jezus zijn leerlingen de opdracht de volken te leren onderhouden alles wat hij bevolen heeft. Jezus zegt, dat dit de opdracht van de kerk is. Wat is er gebeurd, dat James dan zo'n kerk zoekt? Zijn we iets kwijt geraakt?
  • Dagelijkse spiritualiteit in de vorm van bidden en bijbellezen is aan het verdwijnen. Dat is een conclusie die Idea, het blad van de Evangelische Alliantie, trekt: bijbellezen heeft een boost nodig. Het is ook wat predikanten zien: kerkelijk betrokken gezinnen die nooit samen de bijbel openslaan. Secularisatie van binnenuit, noemde iemand dat. Het zijn vragen die ik zelf hoor: "Het lukt me niet om bijbel te lezen." "Wat betekenen die verhalen in het Oude Testament nu?" "Ik val in slaap als ik bid."
  • Mensen zoeken naar wegen om het volgen van Jezus in hun gewone leven in te passen. En natuurlijk moet ik het andersom zeggen: we zoeken naar wegen om ons gewone leven te passen in het volgen van Jezus in. Johan ter Beek is dit op het spoor met zijn Zevende Regel en boekje Heerlijk Eenvoudig. Maar denk ook aan allerlei initiatieven zoals Total Church, Nederland Zoekt en de recente conferentie Binnen beginnen is buiten winnen, rondom huiskringen en "missional communities."
  • Jos Douma schreef er al eerder over in zijn blogs over duurzame spiritualiteit (deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4).
  • In een terloopse opmerking van een lezing, zei Stefan Paas, dat gemeenschappen een "sustainaible liturgy" nodig hebben om te kunnen overleven.
Kortom, de zoektocht is naar een kerk, die leert Jezus te volgen in het gewone leven van werk, relaties, huwelijk, geld en vrije tijd. Een kerk die het leven van alledag heiligt - betekenis geeft.

vrijdag 2 december 2011

Dit is wel leuk met wordle.net. De tekst van mijn laatste preek over Daniël er in gegooid. Dan krijg je dit plaatje. Handig voor volgende week zondag. In drie plaatjes kan ik de mensen alles vertellen over de afgelopen weken ;-)

donderdag 1 december 2011

Is er wel tijd voor betekenisvolle relaties buiten de kerk?

Matthijs Vlaardingerbroek vertelde dat -ie zijn werk in de Spoorwijk geweldig vond. Want daar zijn altijd mensen thuis. Daar kun je - mijn woorden - altijd een bakkie doen. Zit een deel van de missionaire pijn niet daar?

Als je deel bent van een tweeverdienersgezin, goede kans dat minimaal een van de twee dagelijks een behoorlijke afstand woon-werk overbrugt. Vroeg weg, laat thuis dus. Bovendien gaat het in veel gevallen om veeleisende banen. Dan zijn er ook nog kinderen, een hond en een hypotheek. Natuurlijk is er sport en ontspanning - voor jezelf en de kinderen. En dan ook nog de kerk - pastoraat of een muziekteam, kinderwerk of een bijbelkring. Hoeveel plaats is er dan nog voor betekenisvolle relaties met niet-christenen in de eigen woonomgeving?

Niet-christenen hebben volgens mij weinig kans om kwaad noch goed te spreken over christenen. Simpelweg, omdat hun levens elkaar niet echt kruisen. En dat komt niet alleen doordat er niet zoveel christenen zijn, of omdat ze hun mond allemaal houden. Maar, ook omdat onze levens overvol zitten. Natuurlijk, niet-christenen kennen Arie Boomsma, André Rouvoet, de paus en de katholieke kerk. Maar zien ze hoe christenen leven, getrouwd zijn, opvoeden, dromen, voetballen, uit hun dak gaan, twijfelen, elkaar ontmoeten, hun tuin wieden, zich inzetten? Zien ze christenen, die op loop- of fietsafstand van hen wonen, die dingen samen doen?

Zit een deel van de pijn niet hier? Op ons werk en de gesprekken op ons werk na, is er geen tijd over om werkelijk betekenisvolle relaties aan te gaan. Tien weken een Alphacursus draaien kost al veel regelwerk thuis... En dan klinken al die oproepen om je leven te delen met anderen activistisch, roepen ze schuldgevoel op.

Misschien projecteer ik mijn ervaring (zie hier, hier en hier) op die van anderen. Maar tot nu toe bevestigen gesprekken mijn beeld. Als dat zo is, dan kunnen we de volgende vragen stellen:

Klopt mijn beeld, dat veel (hoogopgeleide) christenen weinig vrienden buiten de kerk hebben?
Als dat voor jou geldt, zou je dat wel willen?
En als je het wilt, hoe zou je samen met anderen nieuwe betekenisvolle relaties kunnen aangaan?
En wat zou je daar voor willen veranderen in je leven?

Matthijs Vlaardingerbroek: heilige onrust of goedkoop activisme

Gisteren was de conferentie Binnen beginnen is buiten winnen. Matthijs Vlaardingerbroek was een van de sprekers en initiatiefnemers. Hier een link naar een interview met hem. Vijf jaar terug, maar vat volgens mij goed samen waar hij voor gaat.
Aan het einde klinkt Matthijs behoorlijk activistisch; samen bouwen aan het Koninkrijk. Dat zou de allergie van sommige mensen voor de missionaire beweging kunnen versterken. Maar ik hoor iets anders: de profetische oproep om op te komen voor de zwakken in de maatschappij. Ik hoor namelijk echo's van Jesaja:
Is dit niet het vasten dat ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?
Is het niet: je brood delen met de hongerige,
onderdak bieden aan armen zonder huis,
iemand kleden die naakt rondloopt,
je bekommeren om je medemensen?
Klinkt ook behoorlijk activistisch. Maar, als Matthijs' woorden inderdaad een echo hiervan zijn, is het dan niet veeleer heilige onrust dan goedkoop activisme? Is de allergie voor activisme ook geen uitweg om bekering uit de weg te gaan? Bekering naar een leven dat gastvrij en goedgeefs gedeeld wordt met anderen. Bekering naar een leven dat in alle eenvoud naar Jezus verwijst?

dinsdag 29 november 2011

De andere sociale media van de kerk

Gisteren kwamen we bij elkaar. Bij een van ons thuis. We zien elkaar in ieder geval elke maandag. Een groep van inmiddels zo'n vijftien mensen. Tijdens het eten spraken we met elkaar over de dag ervoor. Via Stichting Present hadden we licht-dementerende ouderen en mensen met een verstandelijke beperking bezocht. Spelletjes gedaan, koffie gedronken, gekletst. We zijn trouwens niet alleen met onze groep geweest. We hadden nog een groepje mensen uitgenodigd. Mensen die we hebben leren kennen met onze maandelijkse open maaltijd. Inmiddels zijn dat goede bekenden. Natuurlijk kwam tijdens de maaltijd ook het weekend ervoor nog kort ter sprake. De groep was toen een weekendje weg geweest.

Social Media zijn al maanden een trending topic. Maar laten we ze vooral inzetten om die andere social media te versterken:
  • Gastvrijheid - IRL anderen, vrienden en buitenstaanders, uitnodigen, samen eten, samen dingen ondernemen. Natuurlijk hoop je dat er af en toe een engel bij zit. Maar dat is niet de enige reden om hierop in te zetten.
  • Goedgeefsheid - Gul zijn met onze tijd, ons geld. Onder ogen zien, wat er gebeurt in de levens van anderen.
  • Gebed - samen bidden voor alles wat in ons leven en dat van anderen gebeurt. Samen God prijzen voor al het goede dat hij ons geeft.
  • Gemeenschap/Gezin - het individualisme dat ons tot in het bot aantast aan de kaak durven stellen en misschien tegen ons gevoel in, gezelschap zoeken en daar deel van uitmaken. Dit is ook veel meer RL dan we misschien denken. Maar we zijn lichamelijke mensen.
Deze andere social media roepen minstens zoveel vragen op. Zijn minstens zo uitdagend. En zijn nog veel ingrijpender.

Waar we het gisteren nog meer over hadden? We hebben samen bijbel gelezen. En er over gepraat hoe we verder moeten. We groeien. En met vijftien mensen lopen we het risico vertrouwelijkheid en veiligheid wat kwijt te raken. Ook weten we uit ervaring dat toewijding in een kleinere groep makkelijker is te handhaven. We bevinden ons dus best in een spannende fase.

woensdag 23 november 2011

Social Media en kerk van maandag (drie uitgangspunten)

Ik zat relatief vroeg op Internet – bijna twintig jaar geleden, was er op tijd bij met bloggen en hyves. Ik doe mee met Linked-In. Maar waarom zou ik verder gaan met Facebook en Twitter? Ik had er voor mezelf geen helder antwoord op. Voordat ik het weet zou ik zomaar uren verdwaald kunnen zijn op Internet. Of dagen kwijt zijn met het produceren van filmpjes.

Social Media kunnen een kerk, gemeenschap van volgelingen van Jezus, helpen om de kloof tussen zondag en maandag overbruggen. Ze kunnen helpen om de gerichtheid op het evangelie van alledag (gewoon leven) te versterken. Maar wat is er nog meer nodig?

Wat kan een kerk met Social Media bereiken? Wie moeten ze voor ogen hebben?

Mij helpt het telkens weer om op waarden terug te grijpen. Naast de waarde gerichtheid op alledaags evangelie, werk ik werk ook vanuit de waarde gemeenschap/gezin. En die waarde staat onder meer hier voor: de lokale gemeenschap vertolkt het evangelie. Dat is een citaat van Lesslie Newbigin, dat me altijd helpt om de zaken duidelijk te krijgen. Ook in dit geval. Want als de lokale gemeenschap het evangelie vertolkt, dan volgen voor mij deze twee uitgangspunten:
  • 1) Social Media zijn ook precies dat, communicatiemiddel, net als lucht, telefoon, schrift, email ook communicatiemiddelen zijn. En het is gewoon kiezen: wat is het beste communicatiemiddel op welk moment om welke mensen te bereiken? Je hebt waarschijnlijk alle kanalen nodig, maar op enig moment, kies je voor het meest geschikte kanaal. Ooit dacht men dat videoconferencing zakelijk vliegen zou vervangen. Niet dus. Het kwam er gewoon bij. En dat geldt waarschijnlijk voor alle communicatiemiddelen.
  • 2) Social Media zijn communicatiemiddelen van (en voor) de lokale gemeenschap en haar sociale netwerk. Dat is de doelgroep. Dus geen filmpjes voor de hele wereld, maar voor mijn gemeenschap. Iedereen mag ze zien, maar de cirkel van invloed is de lokale gemeenschap. 
  • 3) En met dat in het achterhoofd, ligt het dus ook voor de hand om voor onderhoudbaarheid te gaan. Middelen zo inzetten, dat je het vol kunt houden. Of anders verwoord: middelen zo inzetten, dat ze in je leven van alledag passen. Dus filmpjes, ja, als het kunt volhouden. Een Facebookpagina, ja, maar niet te fancy. Uiteindelijk is de lokale gemeenschap het uithangbord, niet je website.

Een kerk kan Social Media gebruiken om de communicatiemiddelen van die lokale gemeenschap uit te breiden. Een kerk kan dus de communicatie faciliteren en zo ook de onderlinge gemeenschap versterken. De gemeenschap richt zich dan in eerste instantie op zichzelf en haar eigen sociale netwerk.

dinsdag 22 november 2011

Social Media en kerk op maandag

Goed, ik zit op Twitter. Waarom? Omdat ik vorige week een gesprek had wat me over de streep heeft gehaald. Ik ga dat gesprek hier niet herhalen, maar kan wel beschrijven hoe ik er nu in sta.

Gerichtheid op het evangelie van alledag is een van de waarden waaruit ik leef. Een waarde die onder meer bedoelt, dat zondag en maandag met elkaar verbonden zijn. Een kerkdienst is niet bedoeld om heiliger te zijn dan het werk op maandag, maar om het werk op maandag heiliger te maken. Jezus Heer is van alle dagen en dus ook van het alledaagse. In jargon: met deze waarde wil ik (naast andere dingen) het onderscheid overbruggen tussen heilig en profaan dat ons wordt opgedrongen (sacred-secular divide). Misschien kan ik deze waarde wel met twee andere woorden samenvatten: gewoon leven.

Social Media kunnen wellicht helpen om de brug te slaan. Bram van IFES suggereerde te tweeten "Zondag Daniël op bezoek in de kerkdienst. Wat zou je hem vragen?" Levert input voor een preek en aandacht door de week. Een ander stelde voor om naar aanleiding van prekenseries korte filmpjes te maken die je door de week nog eens kan bekijken. De filmpjes kunnen vragend of samenvattend zijn (hier twee voorbeelden die de lat nogal hoog leggen; de eerste vragend, de tweede stellend). Social Media zoals Facebook geven dan ook gelegenheid voor tweerichtingsverkeer. En dan is de cirkel rond, want wat op maandag besproken wordt, komt dan op zondag weer terug. Want alleen maar content pushen is wel erg 1.0.

Hoe zou jij Social Media inzetten om de kloof tussen zondag en maandag te overbruggen?

Morgen deel twee.
 

maandag 21 november 2011

Voelde je je niet een beetje l*llig, toen Jezus aan je verscheen?

"Zeg, Thomas, voelde je je niet een beetje l*llig, toen Jezus een week later aan je verscheen, en precies voorstelde, wat jij had gezegd?"

Gisteren kwam onze huisgroep bij elkaar. Johannes 21 - de opstanding van Jezus stond centraal. We bekeken het verhaal op DVD. Daarna lazen we het aan elkaar voor. En toen bleken we twee gasten (vrijwilligers ;-) in ons midden te hebben - Maria van Magdala en (ongelovige?) Thomas. We mochten ze alles vragen naar aanleiding van hun ervaring in dat bijbelgedeelte. "Wat dacht je Maria? Die twee discipelen lieten je gewoon staan." "Had Jezus niet gezegd dat -ie zou opstaan?" "Voelde je niet in de steek gelaten, toen je bij dat lege graf stond?" "Thomas, jij was er die eerste keer niet bij, toen Jezus de Heilige Geest blies over zijn leerlingen. Heb de Geest wel?"

Afgelopen vrijdag was ik op bezoek bij Bram van IFES. Hij heeft me allerlei inspiratie gegeven om betrokken bijbel te lezen. Bovenstaand interview is een van die manieren. Meteen maar uitgeprobeerd dus.

Wat voor creatieve manieren gebruik jij om betrokken bijbel te lezen met groepen?

dinsdag 8 november 2011

Torrie van Mattie bijna te koop

Maar niet lang daarna kreeg Jowie weer een droom. Weer zag hij een engel van God. Deze keer zei de engel: ‘Sta op en vlucht met het kind en Maria naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is op zoek naar het kind en wil Hem killen!’ Jowie stond gelijk op. Ze sloegen het ontbijt over en vluchtten nog diezelfde nacht naar Noord-Afrika. Geen tussenstop bij de McDrive, maar in één streep naar Egypte. Daar was het veilig, omdat Herodes daar geen koning was. Toen Herodes snapte dat de astrologen hem geflashed hadden, werd hij helemaal waus en ging omin broeja lopen doen. Hij schakelde over op plan B.

Daniël de Wolf schreef een gedeelte van het evangelie van Matteus - de torrie van Mattie in straattaal. Food for thought. Een preview vind je hier: straatbijbel-preview.pdf. En nog meer info op www.straatbijbel.nl. Interessant: de mp3's zijn zo te beluisteren.

Voor wie is deze bijbel bedoeld denk je? Wat doet het met je om de bijbel in deze woorden te horen?

De torrie van Mattie ligt vanaf half november in de winkel. Op het congres Buiten winnen is binnen beginnen is ook aandacht voor het boek.

maandag 7 november 2011

Persoonlijk of samen over Jezus vertellen (3 van 3)

Onlangs ontdekte ik het verschil tussen "als persoon over Jezus vertellen" en "samen laten zien wat het betekent om Jezus te volgen." Ik denk, dat veel mensen alleen het eerste kennen. Maar, de tweede aanpak is veel effectiever, leuker, maar ook veel ingrijpender.

In deze laatste van drie blogs leg ik het verschil tussen die twee uit (hier deel één en twee).

Vroeger woonde ik in het Land van Heusden en Altena. En ik werkte in Utrecht. Elke dag reisde ik op en neer met de Interliner, een snelle busverbinding tussen Sleeuwijk en Utrecht CS. Twee geografisch gescheiden werelden. Mijn collega's hadden een vergelijkbare situatie; ze werkten in Utrecht, maar woonden in Amsterdam, Woudenberg, Kampen, Ede, Zeist, Den Haag, enzovoorts. Mijn leven en dat van mijn collega's speelde zich af in twee geografische werelden. In die situatie is persoonlijk getuigenis mogelijk, maar niet meer dan dat. Wie vindt dat meer moet, loopt het risico anderen onterecht met een schuldgevoel op te zadelen.

Maar, ik leefde niet alleen geografisch in twee werelden. Ik leefde ook geestelijk in twee werelden. Ik had mijn christelijke privé wereld – kerk en vrienden en familie. En ik had nog een wereld; mijn professionele en in zekere zin publieke wereld. Maar die twee werelden maakten niet of nauwelijks contact.

Kan het anders? Ja, het kan anders. Met twee eenvoudige maar radicale veranderingen: maak persoonlijk samen en privé publiek.

Vind je voetbal kijken leuk? Doe dat niet meer alleen, maar ga samen kijken. Met een heel elftal tegelijk. Of misschien wat duidelijker: met een hele bijbelkring tegelijk. Persoonlijk wordt zo samen. En nodig als je samen gaat kijken niet-christelijke vrienden uit. Dan wordt privé publiek. En niet-christen ontmoeten christenen in een ontspannen maar wel echte dagelijkse omgeving. Vind je voetballen leuk. Dat is al samen. Maar doe het op zondagmiddag samen met je kring en niet-christelijke vrienden. Opnieuw wordt privé dan publiek. En opnieuw ontmoeten niet-christen christenen in een ontspannen maar wel echte dagelijkse omgeving. En in plaats van voetbal kun je ook wandelen, fietsen, klussen, film kijken, kitesurfen, barbecueën, opvoeden, fitnessen of wat dan ook invullen.

Wie dit gaat doen, ontdekt het verschil tussen persoonlijk en samen getuigen. Wie dit gaat doen, ontdekt dat de een goed spreekt, een ander gastvrij is, de een invoelend en een ander uitnodigend is. Wie dit gaat doen, ontdekt, dat het evangelie zichtbaar en tastbaar is. De bekende zendingsman Lesslie Newbigin zei: “De lokale gemeenschap vertolkt het evangelie.” En dat is wat er dan gebeurt.

Verander je bijbelkring in een vriendengroep die de bijbel en elkaars leven deelt. Wordt een vriendengroep die hun levens gastvrij met elkaar en anderen deelt. Chris Wright zegt: “Als wij bedoeld zijn om de onzichtbare God zichtbaar te maken, moet er wel wat te zien zijn.” Nu, dat kun je op deze manier doen.

Het is deze aanpak die je terugvindt bij Tim Chester en Steve Timmis, maar ook bij Alan Hirsch en Michael Frost. En die aanpak beperkt zich natuurlijk niet tot evangeliseren, maar beslaat het hele leven.

Waarom vinden veel mensen deze twee veranderingen -privé wordt publiek en alleen wordt samen- zo moeilijk?

zondag 6 november 2011

Persoonlijk of samen over Jezus vertellen (2 van 3)

Onlangs ontdekte ik het verschil tussen "als persoon over Jezus vertellen" en "samen laten zien wat het betekent om Jezus te volgen." Ik denk, dat veel mensen alleen het eerste kennen. Maar, de tweede aanpak is veel effectiever, leuker, maar ook veel ingrijpender.

Dit is de tweede van drie blogs (hier vind je de eerste).

Vroeger woonde ik in het Land van Heusden en Altena. En ik werkte in Utrecht. Elke dag reisde ik op en neer met de Interliner, een snelle busverbinding tussen Sleeuwijk en Utrecht CS. Twee geografisch gescheiden werelden. Mijn collega's hadden een vergelijkbare situatie; ze werkten in Utrecht, maar woonden in Amsterdam, Woudenberg, Kampen, Ede, Zeist, Den Haag, enzovoorts.

Mijn leven speelde zich af in twee werelden – 's avonds en in het weekend in Werkendam e.o. – overdag en professioneel in Utrecht. Maar die twee werelden werden met elkaar verbonden door de bus waar ik mee reisde. Wie vaak reist met dezelfde bus en (voor sommigen: noodgedwongen) naast mensen komt te zitten, leert vanzelf andere reizigers kennen. Ik had regelmatig gesprekken met twee vrouwen. De een een jaar of veertig en werkzaam bij Catharine LeDuc, de andere met een baan bij de overheid. En ook hier gingen onze gesprekken over koetjes en kalfjes, over ons leven en kregen soms een geestelijke dimensie.

Anders dan met de collega's op mijn werk, woonden ik en mijn medereizigers wel dicht bij elkaar. Maar was dat voldoende om verder te komen dan een persoonlijk getuigenis?

Weet jij een plek in je woonplaats waar niet-christen ongedwongen in aanraking komen met christenen in je woonplaats? En ben jij deel van die plek of groep?

Ik had die plaats niet. Meenemen naar een kerkdienst? Daar kwamen nooit niet-christenen en op buitenstaanders was de gemeenschap helemaal niet ingesteld. Meenemen naar een bijbelkring? Maar die was gericht op samen bijbellezen en vormden een soort “incrowd, ” een andere wereld. Meenemen naar de Alphacursus? Die hadden we niet. Maar, zelfs als die er zou zijn... Ik vind, dat als -ie er al was geweest, ik zelf mee had moeten gaan. Onze wederzijdse gesprekken vormden immers de basis van onze relatie. Bovendien vooronderstelt een Alphacursus eigenlijk veel kennis en komt op buitenstaanders niet zo vrijblijvend over (waarom dat woord überhaupt al). Ik had deze mensen best graag geïntroduceerd in mijn leefwereld, maar daar was mijn leefwereld niet op ingesteld. Mijn leefwereld kende onbedoeld en ongewild nog een scheiding: kerkelijk – niet kerkelijk, sacred – secular, privé – publiek. En tussen die twee werelden was grensverkeer op een natuurlijke manier niet mogelijk.

Als ik terugblik, denk ik dat ik op mijn werk gelegenheid had tot een persoonlijk getuigenis. Dat ik, gezien de geografisch afstand tussen mij en mijn collega's (en zij onderling), ook niet meer had moeten verwachten. Tegenover de niet-christenen in mijn eigen leefomgeving had ik echter ook niet meer mogelijkheden dan dat persoonlijke getuigenis. Anderen zijn daarin misschien veel effectiever dan ik. Maar gezien het geringe aantal mensen dat in Nederland tot geloof komt, denk ik, dat dat aantal mensen dat effectief persoonlijk getuigt klein is.

donderdag 3 november 2011

Persoonlijk of samen over Jezus vertellen (1 van 3)

Onlangs ontdekte ik het verschil tussen "als persoon over Jezus vertellen" en "samen laten zien wat het betekent om Jezus te volgen." Ik denk, dat veel mensen alleen het eerste kennen. Maar, de tweede aanpak is veel effectiever, leuker, maar ook veel ingrijpender.

In drie blogs leg ik het verschil tussen de twee uit aan de hand van mijn eigen leven.

Vroeger woonde ik in het Land van Heusden en Altena. En werkte ik in Utrecht. Elke dag reisde ik op en neer met de Interliner, een busverbinding tussen Sleeuwijk en Utrecht CS. Mijn collega's net zo; werkten in Utrecht, maar woonden in Amsterdam, Woudenberg, Kampen, Ede, Zeist, Den Haag, enzovoorts. Mijn leven speelde zich af in twee werelden – 's avonds en in het weekend in Werkendam, overdag in Utrecht. En af en toe was er overlap – een personeelsfeest, maar verder hadden we als collega's weinig en zeker geen spontaan contact. We kwamen elkaar op straat of bij het schoolplei simpelweg niet tegen.

Ik denk, dat deze situatie voor veel mensen geldt.

Veel mensen wonen op flinke afstanden van hun werk. Hoe kun je dan christen zijn? En hoe kun je daar het evangelie delen?

Op mijn werk wist uiteindelijk iedereen wel dat ik christen was. Met een aantal collega's had ik regelmatig persoonlijke gesprekken. Altijd van hart tot hart. En ik weet, dat ook collega's met wie ik niet uitgebreid sprak, mijn identiteit kenden. Want, ik merkte, dat ze dat ook van andere collega's wisten die christen waren. En dit is het niveau, waar het in de meeste gevallen bij blijft.

Op je werk heb je alle kans om vanuit een christelijke identiteit te werken. Dat heeft te maken met integriteit, trouw, een constructieve houding, soberheid, dienend leiderschap, enzovoorts. Incidenteel en wellicht regelmatig zul je de gelegenheid hebben om te vertellen over Jezus. Maar, in bijna alle gevallen, is dat een persoonlijk getuigenis; jij vertelt. En je vertelt mogelijk over jouw woonwereld, maar die is gescheiden van de wereld van je collega's.

Laten we ook realistisch zijn. Stel een niet-gelovige collega heeft belangstelling voor het evangelie. Nodig je hem of haar uit om naar jouw kerk te komen? Maar misschien woont hij of zij wel 200 kilometer afstand. Zoek je een christelijke gemeenschap voor haar of hem in zijn eigen woonplaats? Wie dat probeert, zal ontdekken dat het evangelie verbonden is met relaties. Dus hoe realistisch is het, dat dit gaat lukken? En hoe vaak komt dit voor?

Ik denk, dat wie zijn evangelisatie-kaarten op het werk zet, het risico loopt zijn werk te misbruiken. Werk heeft allereerst een doel in zich zelf. Ik denk verder, dat als je werk de enige locatie is, waar je het evangelie deelt, je vrijwel nooit iemand tot geloof zal zien komen. En dat je voor je gevoel altijd zal falen, wanneer je jezelf oplegt, dat het daar moet gebeuren. Dat falende gevoel zal nog sterker zijn, als je iemand bent die het evangelie niet zo goed kan verwoorden.

De werkplek biedt de gelegenheid aan niet-christenen om te kijken naar christenen die vanuit hun identiteit werken. Als het gaat om evangelisatie, is er soms gelegenheid voor persoonlijk getuigenis. Maar geografische afstand is ook in onze Internetmaatschappij nog steeds een belangrijk gegeven. Daardoor is er vaak weinig gelegenheid om elkaars leven te delen en dus om mensen het christelijke leven te laten zien.

PS Op sommige werkplekken zijn gebedsgroepen. Maar, ik denk, dat de voorbeelden waarin deze zich ontwikkelen tot echte gemeenschappen uitzonderingen zijn en blijven. Laat staan dat ze uitgroeien tot gemeenschappen waarin ook niet-christenen opgenomen kunnen worden.

woensdag 2 november 2011

Sabine van der Heijden - Kerk voor een nieuwe generatie

Sabine van der Heijden is gepassioneerd voor jonge gelovigen. Bekend bij jeugdwerkers vanwege haar boek Re:visie maar ook vele artikelen en interviews. Ik had ze net aan de telefoon en ze vertelde over haar nieuwe boek dat op stapel staat: Kerk voor een nieuwe generatie.

Wat highlights:
  • Kerken zouden zich meer moeten baseren op gezinnen dan op individuen.
  • Een relationele aanpak is belangrijk, maar vergeet daarbij ook niet de inhoud.
  • Secularisatie, individualisme en consumentisme gaan aan niemand voorbij.
Misschien wil ik het horen, maar volgens mij pleit Sabine voor kleine groepen die samen groeien tot volwassen volgelingen. En die kleine groepen bestaan niet alleen uit leeftijdsgenoten, maar hebben gezinnen als basis. Kleine groepen die vanuit hun samenzijn activiteiten organiseren, maar die niet opgaan in activiteiten. Zoals een gezin niet een verzameling activiteiten is, zoals samen eten en samen dingen doen. Een gezin vormt juist de basis voor die activiteiten.

Terecht merkte Sabine op, dat veel mensen het druk hebben. Een ander vertrouwde me onlangs toe, ook een individualist te zijn. Maar wordt het dan gewoon geen tijd om ons te bekeren van ons individualisme, en als het gaat om tijd, keuzes te maken op basis van onze prioriteiten?

maandag 24 oktober 2011

Jesus Creed

Scot McKnight geniet in Nederland enige bekendheid met zijn boek het Credo van Jezus. Minder bekend is, denk ik, dat hij met Jesus Creed een interessante weblog bijhoudt.

Soms zijn de topics alleen interessant voor inwoners van de VS - homeschooling is er zo een. Maar vaak genoeg snijdt hij actuele theologische thema's aan over New Perspective, Gospel, Missional Church. En dan opeens stelt hij weer heel directe vragen: Mag iemand die gescheiden is oudste zijn?

De kracht van zijn blog zit niet in de lay-out. De eerste keer dat ik zijn blog bezocht, dacht ik in de beginjaren van het Internet te zijn beland. Maar haak daar niet op af. Want de kracht ligt ergens anders. In de frequentie waarmee hij post. In de actualiteit van de onderwerpen. In het feit, dat hij vragen stelt aan zijn lezers, en dat hij in gaat op hun antwoorden en vragen (dus in de comments kom je Scot ook weer direct tegen).

vrijdag 21 oktober 2011

Drie redenen om dit boek te lezen als je geen Rotterdammer bent

Gea Gort schreef God in de Stad - Missionair Leven in een stedelijke omgeving. Gisteren gaf ik al drie redenen om dit boek te lezen als je een Rotterdammer bent. Nu drie redenen, voor als je dat niet bent:
  1. Het boek ziet er goed uit; mooie lay-out, goede foto's, interessant vierkant formaat. Geef het cadeau!
  2. Het is een van de eerste Nederlandstalige boeken met een "theologie van de stad." In de Angelsaksische wereld verschijnt daar van alles over, maar in ons taalgebied is dit uniek. Dus alle termen die in dat taalgebied allang normaal zijn, eindelijk ook in het Nederlands uitgelegd. Eigenlijk ook weer een reden om het ook cadeau te geven. Niet alleen mooie vormgeving, maar ook interessante inhoud.
  3. En, laten we eerlijk zijn: in het Rijnmond gebied gebeurt het. Dat weten we toch allemaal. Maar de titel van het boek is Missionair leven in de stad, dus dat Rotterdams ligt er toch niet zo dik bovenop. Dus het is zelf te verteren voor mensen die niet in het middelpunt van Nederland wonen. Geef het bijvoorbeeld cadeau aan een Amsterdammer ;-)