Posts tonen met het label vanhoozer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vanhoozer. Alle posts tonen

maandag 11 april 2011

Boersma ziet Gods gastvrijheid in het kruis

Volgens Scot McKnight is dit het beste recente boek over het onderwerp. Op de achterflap staan aanbevelingen van Kevin Vanhoozer, Miroslav Volf, Stanley Hauerwas en James K.A. Smith. Het was Christianity Today book of the year in 2005 in de categorie Theology/Ethics.

Dan weet je dat het een theologisch boek is, dat interessant is. Ik schafte het aan vanwege de aanbeveling van McKnight, en vanwege het onderwerp: verzoening.

Boersma,notabene een Nederlander, in Utrecht gepromoveerd, gaat in Violence, hospitality and the cross in gesprek met allerlei mensen die hebben nagedacht over wat er aan het kruis is gebeurd. Boersma grijpt terug op de "recapitulatie" van de kerkvaders. Hij gebruikt de metafoor van de gastvrijheid.
It is in the cross perhaps more than anywhere else, that we see the (cruciform) face of the divine host: the true love of God.
En vorige jaar had ik zelf al het vermoeden dat juist gastvrijheid een geweldige mogelijkheid biedt om aan mensen het kruis uit te leggen, en meer dat gastvrijheid het verhaal van de bijbel bijna van begin tot einde kan dragen.

We leven in de dagen voor Goede Vrijdag en Pasen. Ik heb de indruk, dat we de laatste jaren in de kerk, beter woorden weten te vinden voor Pasen dan voor Goede Vrijdag. Vooral Tom Wright lijkt er bijna eigenhandig voor te zorgen, dat Pasen prominent op de agenda staat. En dat is goed. Maar Goede Vrijdag - waarom moest Jezus sterven? Ik hoor de vraag zelfs maar weinig gesteld. En als ze al gesteld wordt, dan hoor ik vaak wel goede antwoorden, maar op het oog nogal obligaat. Daarom ga ik de komende tijd aan de slag, zowel met McKnight's - A community called atonement als met Boersma's boek.

PS Het ND en Boekencentrum zijn ook bezig om gastvrijheid te promoten.

zaterdag 16 oktober 2010

De uitdaging van het drama

Kevin VanHoozer wil de bijbel als script van een toneelstuk in vijf acten, waarvan wij het vierde deel improviseren. Zie mijn vorige blog voor wat verwijzingen. Dat klinkt misschien wat droog, maar probeer het volgende eens (NB onderstaande plaatste ik al eerder):


Het is stikdonker, pikzwart. Je kijkt in een gapend zwart gat, in het niets.

Dan klinkt er opeens een stem: “Licht.” Felle spots gaan. Je knippert met je ogen. Al het duister is weg. Je kunt je al bijna niet meer voorstellen hoe het was. Het is zo licht dat het bijna leeft. “Licht.”

“Licht hier, donker daar.” Opeens zie je licht en donker. Maar het donker wat je ziet is een ander donker. Het is het donker van de avond, niet het donker van het niets. Zo is het toneel nu in tweeën gedeeld; links donker en rechts licht.

Terwijl je kijkt, hoor je steeds opnieuw die stem. Is het een stem die aanwijzingen geeft? Of vertelt de stem wat hij zelf doet? Of... de stem lijkt zo krachtig dat alleen die stem het al doet. Maar wie gaat er achter die stem schuil? Je weet het niet.

Langzaam vult het toneel zich met rotsblokken, aarde, zelfs bomen en daarna beesten en vissen. Langzaam wordt het vol. Je moet goed luisteren nu, want ook op het toneel zelf klinken allerlei stemmen en geluiden, muziek, geklater van beekjes. Maar wanneer je je inspant, blijf je die ene stem horen, onmiskenbaar.

Nu ontdek je op het toneel nog een scheiding. Ergens, halverwege, hangt een gordijn over de volle breedte van het gordijn. Er is een voor en een achter. Het is een bijzonder gordijn. Soms lijkt het doorzichtig, soms juist niet. Wanneer je goed luistert, hoor je dat die stem van achter het gordijn komt. Ergens lijkt iets of iemand te staan wat lijkt op de omtrekken van een troon. Daar komt de stem vandaan.

Maar helemaal goed kun je het niet zien, want het gordijn – hoe transparant het soms ook lijkt te zijn – verbergt iets voor je. Iets blijft geheim.

Nu begint het spel.

Soms is het heel duidelijk dat wat voor het gordijn zich afspeelt te maken heeft met wat er achter gebeurt. “Abraham, verlaat Ur en ga naar het land wat ik je wijs. Ik zal je zegenen,” klinkt de stem. En je ziet een lange stoet kamelen op reis gaan. Wanneer het zo duidelijk is, lijkt het gordijn heel transparant. Dan besef je ook, dat wat er ook voor dat gordijn gebeurt, onder controle is van degene op de troon. Hij was tenslotte ook die de ruimte vulde.

Er moet een plan zijn. Of tenminste: een richting. Het begon tenslotte in het niets en nu is er alles. Je hoort de stem ook duidelijke keuzes maken.

Soms lijkt het alsof er alleen maar de voorkant van het toneel is. Je ziet een koning – David heet hij geloof ik – allemaal vreemde capriolen uithalen. Hij laat het vechten over aan zijn onderdanen. Hij rommelt met een vrouw en bedekt de gevolgen uiteindelijk met een moord.

Nu gebeuren dit soort dingen op allerlei plaatsen op het toneel, maar hierop staat als het ware de richtspot. Blijkbaar moeten we hier naar kijken. Alleen dat op zich is al een vraag. Waarom staat de richtspot wel gericht op het ene terwijl er ook allerlei andere dingen gebeuren. Doen die andere dingen er dan niet toe? Heeft de stem daar geen stem?

Je kunt niet zeggen, dat die andere dingen er niet toe doen. Want ze zijn verlicht, maar lang niet zo fel. Gedimd. Interessant genoeg zie je dat er soms interactie is tussen wat er gebeurt in de richtspot en de rest van het podium. Mensen van buiten komen opeens naar binnen en spelen een cruciale rol. Een vrouw, Ruth, komt opeens voor het voetlicht en wordt moeder van de koning. Een profeet, Jona, ondervindt dat de stem wel degelijk met liefde en aandacht, geduld en ontferming betrokken is op mensen, kinderen en dieren die in het gedimde licht leven. Je kunt niet zeggen, dat die andere dingen er niet toe doen.

Met dat je dat gezegd hebt, doemen er wel allerlei vragen op. Hoe is die relatie? Is het licht wel echt gedimd. Is er een richting, een spel en een plan?

Er treden mensen op die spreken met de stem van achter het gordijn. Het is duidelijk, dat ze zelf spreken, hun eigen woorden gebruiken. Maar het is net zo duidelijk, en dat zeggen ze zelf ook, dat ze spreken met de stem van achter het gordijn. Dezelfde richting. Hetzelfde gezag.

Dan komt er een man op wie de richtspot heel fel wordt gericht. Sterker nog, van vier kanten valt het licht op hem. Hij vertelt en handelt. Hij leeft. Hij raakt aan, geneest. Mensen nemen hem gevangen. Je raakt verward. Wie neemt hem gevangen? De hoofdrolspelers of juist die mensen die net het licht intraden? Hij sterft aan een kruis, alleen. Het licht gaat uit. De richtspot dooft. En de stem - waar is de stem? De stem was stil en blijft stil. Drie dagen lang. Dan gaat het licht weer aan. Hij spreekt opnieuw. Een nieuw begin? Maar al het oude gaat ook nog door.

Opeens valt je iets op. Staat hij nu voor of achter het gordijn? En was dat eerder ook al niet het geval?

Kijk, hij spreekt zoals die anderen mensen spraken met de stem van achter het gordijn. Maar, wanneer hij uiteindelijk niet voor, maar achter het gordijn staat, dan is hij dus die stem. Dan is hij degene.

Dan ontdek je, dat de stem je uitnodigt om mee te doen. Meedoen? Je kijkt om je heen en je denkt nog eens na en dan denk je: “Maar ik deed eigenlijk altijd al mee. Ik was geen toeschouwer. Ik stond al die tijd al op het toneel. Alleen de vraag is, waar ga ik staan, in het licht of in de schaduw van dat gedimde licht?”

Maar, wat betekent dat? Je kunt niet alles meenemen in dat licht. Sommige dingen niet, omdat je niet eens zou willen dat het licht er op zou vallen. Andere dingen niet, omdat ze te zwaar zijn om mee te slepen. Een tijd lang loop je heen en weer tussen licht en schaduw...


Vanuit het perspectief van VanHoozer wordt het nu belangrijk om te onthouden wat er gebeurd is in het verleden, om te blijven luisteren naar de stem, en om goed geoefend te improviseren - niet maar wat proberen, maar vanuit alles wat je weet spelen. Spelen, niet doen alsof, dan wordt je een hypocriet. Maar we moeten zo spelen, dat we onze rol wordenv.

donderdag 14 oktober 2010

Kevin VanHoozer en theologie als drama

Vandaag luisterde ik naar twee lezingen van Kevin VanHoozer (hier en hier). Aangespoord door een verwijzing die Jos Douma op zijn blog deed naar zijn lezing Experience the Drama.

Kevin leest de bijbel als het script, waar de wereld het toneel is, God de regisseur en de Drie-enige God de hoofdrolspelers in een drama, waar wij ook volop meedoen. Het is een drama met de volgende actes: 1) schepping 2) Israel 3) Jezus 4) de kerk 5) nieuwe hemel en aarde. Wij zitten dus aan het einde van act 4 en het is onze opdracht om daarin onze rol te improviseren op basis van het script.

Als Jos hiermee verder wil, dan zijn we een stuk verder op weg naar wat ons bindt in onze visie op de kerk. Een wens die Ronald eerder uitte. Bovendien sluit de visie van VanHoozer nauw aan, bij wat ik eerder schreef over de eerste opdracht van de kerk: vieren - alles wat ons doet beseffen dat wij deel uitmaken van Gods verhaal. Vieren is doop, avondmaal, bijbellezen, enzovoort. Ik ben ook benieuwd hoe VanHoozers visie zich verhoudt tot die van Wright en Bartholemew en Goheen. De laatste twee schreven het boek The Drama of Scripture. Deze bijbelse theologen gaan ook van een five-stage script.