God moet wel van gewone mensen houden, want heeft hij er zoveel van gemaakt.
Als die stelling nu eens waar is... Dan moet ons kerkmodel op diezelfde liefde gebaseerd zijn en zoveel mogelijk gewone mensen inzetten. En dan moeten we niet op zoek gaan naar mensen met uitzonderlijke gaven. Want dan gaan we niet alleen voorbij aan alle gewone mensen maar zelfs aan Gods liefde.
Nog sterker uitgedrukt: een kerkmodel dat uitzonderlijke mensen nodig heeft om te floreren kan niet van God zijn.
Nog concreter: een huiskerk heeft geen superspreker nodig, een groepje gewone mensen dat Jezus wil volgen volstaat. Natuurlijk, een grote megabijeenkomst is mooi, maar daar moeten we niet het zwaartepunt leggen.
Hoewel de kans er op niet groot is, dat iemand met uitzonderlijke gaven deze blog leest en zich afvraagt: "Wat moet ik doen?" Zorg dat jij niet in het middelpunt staan maar Jezus. Lastig genoeg.
Als bovenstaande nog niet genoeg reden is om Tim interessant te vinden, dan wel dit zinnetje op zijn blog:
I am a leader in The Crowded House – a network of missionary congregations, most of which meet in homes. We emphasise sharing our lives together rather than programmes and structures. ‘Ordinary life with gospel intentionality’ is one of our catchphrases. The Crowded House is often described by other people as part of the emerging church movement. It is true that we have a different approach to church to that of most traditional churches. But we are also different from many in the emerging church movement. We are Reformed and evangelical. Like conservatives we emphasis the centrality of the gospel word. Like emerging church we emphasis the importance of the gospel community.
Reden genoeg voor mij om Tim aan mijn blogroll toe te voegen. Probeer de laatste entry op zijn blog maar eens.
De praktijken van de leiders worden de leidende praktijken. De idealen van de machthebbers worden de machthebbende idealen. De levensstijl van de koningen wordt de koninklijke levensstijl. En zo vormen daders slachtoffers en dictators revolutionairen naar hun beeld. De gemartelde van vandaag is de beul van morgen. Dichterbij: zo denken wij dat het leven van filmsterren, miljonairs, en topmanagers het goede leven vertegenwoordigd. En wat is de uitweg?
Elk jaar ontdek ik een of twee schrijvers die boeken schrijven die me echt raken. De afgelopen twee jaar Tom Wright. Dit jaar Miroslav Volf. De zinnen waarmee ik deze blog begon zijn afkomstig uit Exclusion & Embrace. Een boek waarin Miroslav in gesprek is met moderne en postmoderne sprekers over onderwerpen als waarheid, macht en gerechtigheid, over identiteit, vergeving en verzoening. Super.
Eenvoudiger toegankelijk is Onbelast. Geen tijd? Luister in trein, bus of auto eens naar deze lezing (alleen al de eerste vijf minuten na het gebed en de intro zijn de moeite waard).
Ik denk wel eens, dat de prekers en sprekers met het meeste succes ons blij en onveranderd naar huis sturen. Ze maken ons blij en bevestigen ons dat het goed is. Zo gaan we onveranderd naar huis.
Een boodschap die oproept tot levensverandering maakt onrustig. Zo'n verhaal levert een stuk minder blijdschap (en populariteit) op. Want verandering betekent onzekerheid en dus onrust. Vaak is zo’n boodschap al snel wat zuur of moralistisch.
Jezus bracht een boodschap die en blij en levensveranderd was.
Misschien was -ie minder populair dan ik wel eens denk (hij werd tenslotte gekruisigd, niet echt een teken van populariteit).
Maar, misschien is de blijdschap die de eerstgenoemde groep sprekers overbrengt wel te klein. Gods liefde voor ons in Jezus is inderdaad zo groot dat we gewoon verder kunnen gaan. Maar dan hebben we nog niet begrepen hoe groot Gods liefde is. Gods liefde is zo groot, dat we onze oude zekerheden kunnen loslaten en nieuwe wegen in kunnen slaan.
“Mag ik ook een stukje van jouw boterham?” Nee, met deze woorden wil ik geen wereldbestormende verandering introduceren, of een nieuw programma voor discipelschap. Het gaat hier dan ook niet om een mosterdzaadje, maar om brood. Bijna zonder uitzondering komt deze vraag, elke maaltijd. Zelfs als ik hetzelfde op brood heb als onze jongste (3 jaar) vraagt hij het: “Mag ik ook een hapje van jouw boterham.” Een fascinerende vraag. Wat zou daar achter zitten? En waarom mijn boterham en niet die van een ander?
P.S. Supermaver, is bovenstaande een goede kandidaat voor een halve gedachte?
Kort na de Tweede Wereldoorlog zat zijn vader gevangen in een kamp van de Serven. Zijn broertje overleed door slordigheid van zijn tante en een Servische soldaat. Zijn ouders kozen voor vergeving. Zelf werd hij maandenlang gevolgd, bespioneerd en uiteindelijk onder grote druk ondervraagd omdat hij getrouwd was met een Amerikaanse. Wanneer de Kroatische theoloog Miroslav Volf spreekt over vergeving, ga ik luisteren.
Het filmpje hieronder is sober geschoten, maar “packed” en maakt deel uit van een hele serie over vergeving en wereldbeschouwing, waarin onder meer een rabbijn en een imam aan het woord komen over dit onderwerp.
Van Volf verschenen eindelijk twee boeken in het Nederlands: Onbelast en Een nieuw verleden. Ik ben erg enthousiast over Miroslav. In een latere blog meer over deze man en deze boeken.
Deze week samen bijbelgelezen. Verhaal van “de rijke jongeling.” Zou jij het doen, al je geld weggeven? Kan God dit ook van mij vragen?
Als eerste: dit is zo'n bijbeltekst die veel mensen waarschijnlijk heel goed begrijpen. Dat is het echte probleem. En als tweede: misschien is beginnen met de vraag "hoe zit dat met mijn geld, kan God dit vragen," uiteindelijk beginnen aan het verkeerde einde. Want dat is niet de vraag waar Jezus mee begint. Hij vraagt namelijk eerst: “Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God.” En daar zit volgens mij de crux. Waarom noemt u mij goed? Waarom noemt u God goed? Hoezo goed en hoe goed dan wel?
Hoe stellen we ons God zo goed voor, dat het weggeven van je geld geen probleem meer is.
De reclame lukt het aldoor. Deze vakantie wordt zo goed, daar geef ik 2000 euro aan uit. Deze auto is zo goed, daar spendeer ik 20.000 euro aan.. Dit huis is zo goed, daar betaal ik 200.000 euro voor (en dan nog de kosten koper). God is zo goed, daar heb ik...
How do we make God look beautiful?
Piper is altijd recht voor de raap en in deze sermon jam stelt hij dezelfde vragen: