vrijdag 11 juni 2010

God en elkaar liefhebben (3) - een dreigende dichotomie


Meer dan eens omschrijven kerken zichzelf met behulp van drie relaties: God, elkaar en de ander. Dit is de derde in een serie blogs waarin ik kanttekeningen bij deze drieslag plaats en een alternatief bied (zie hier voor deel 1 en deel 2) .

Als een kerk haar identiteit goed weet vast te leggen, kan een gemeentelid die identiteit ook voor zijn eigen leven gebruiken. Hij/zij is immers deel van het lichaam, lid van Gods huisgezin. De opdracht voor Gods huisgezin geldt ook voor haar leden. Hier laat de verdeling boven, binnen, buiten, vertaald in God, elkaar en de naaste liefhebben een enorme lege ruimte achter.

Wat als je gaat werken? Dat zou een gemeentelid zomaar kunnen overkomen ;-) Is dat dan God liefhebben, of elkaar liefhebben of de naaste liefhebben? En als je naar school gaat? Is dat boven, of binnen of buiten? Kortom: hoe zit het met zes van de zeven dagen van de week? Waar vallen ze onder? Als je deze drie relaties in werkwoorden hebt uitgewerkt die je graag gescheiden van elkaar houdt, dan kom je in de knoei. Is werken evangeliseren? Is school God liefhebben?

Is werken onderdeel van het kerkenwerk? Moet "de kerk" beslissende zeggenschap hebben over jouw schoolkeuze? Nee, maar een gemeenschap van volgelingen van Jezus die haar identiteit beperkt tot kerkelijke activiteiten bevestigt de dichotomie die al leeft in het hart van veel van haar leden. De dichotomie die de wereld verdeelt in heilig en profaan. Bidden en bijbellezen zijn heilig, uitgaan en autorijden zijn dat niet. Een pastoraal gesprek heeft met God te maken, maar boodschappen en televisiekijken niet. Ik vroeg aan een groep jongeren: "Heeft school met God te maken?" "Ja," antwoordde een van hen: "Want ik zit op een christelijk school." De implicatie was natuurlijk, dat als de school niet christelijke was geweest, school niet met hem te maken had. Het is een dichotomie die bevestigt, dat waar het in de kerk over gaat niets met het gewone leven heeft te maken. Maar net zoals er maar een mensheid is, is er ook maar een wereld en een Koninkrijk.

Hier wreekt zich wellicht ook dat we kerk teveel als instituut benaderen. Maar kerk is gemeenschap. Kerk is het huisgezin van God. Kerk, dat zijn de volgelingen van Jezus. En wat vraagt Jezus zijn volgelingen om te doen? Wat is hun opdracht? Pas op het moment dat we die opdracht helder hebben, krijgen we focus op wat een kerk als instituut kan betekenen.